|
Wijn
Wijn is een drank die ontstaat na het vergisten van het sap van
druiven. Er zijn verschillende soorten wijn: rode wijn, witte
wijn, rosé en mousserende wijn zoals Champagne en Lambrusco. In
chemische zin bestaat wijn uit water, suikers, alcohol,
resveratrol, quercertine, tannine, koolzuurgas (in mousserende
wijnsoorten), hars (in retsina) en andere kleinere stoffen.
Een deskundige op het gebied van wijn noemt men een vinoloog. De
oenologie is de tak van de wetenschap die wijn (maken, bewaren,
verhandelen, etc.) bestudeert. De universiteit van Bordeaux kent
een faculteit oenologie, maar in vrijwel elk wijngebied zijn er
landbouwhogescholen waar het maken van wijn wordt onderricht.
Er zijn ook met wijnalcohol versterkte wijnen, zoals Madeira,
Port, Sherry en Vermout. Volgens een Frans decreet uit 1907 moet
wijn uit het sap van verse of gedroogde druiven bereid worden.
Wanneer men het sap van andere vruchten dan druiven laat
vergisten, heet het product vruchtenwijn.
Geschiedenis
De wilde wijnstok Vitis vinifera is de wingerdsoort die druiven
produceert. Deze wingerd komt uit de Kaukasus. Door deze
centrale ligging verspreidde de druif zich snel. In Mesopotamië
(het huidige Iran en Irak) zijn bij archeologische opgravingen
kruiken van 7000 jaar geleden aangetroffen met sporen van wijn.
Wijn werd daar verbouwd in het vruchtbare Tweestromenland van de
Tigris en de Eufraat. Door handel met naburige landen (Libanon
en Palestina) verspreidde de kennis van de wijnbouw zich.
Zodoende kwam deze in het oude Egypte terecht. Al vanaf 3000 v.
Chr. hebben de Egyptenaren ons vele afbeeldingen en wijnsporen
nagelaten.
Circa 2000 jaar v. Chr. bereikte de druivenstok Griekenland. Op
Kreta zijn amforen en een wijnpers gevonden die dateren van 1500
jaar voor onze jaartelling. De kunst van het wijnmaken heeft
zich daarna vanuit Griekenland verder verspreid naar Italië,
Frankrijk en Spanje. Amforen waren kruiken in aardewerk die
gebruikt werden om graan of vloeistoffen in te bewaren. Omdat
een amfora te poreus was om wijn in te bewaren werd er hars aan
de wijn toegevoegd. Omdat hars de houdbaarheid van wijn
kennelijk verbeterde bleven de Griekse wijnbouwers hars aan hun
wijnen toevoegen: de retsina was de meest bekende Griekse wijn
en wordt nog altijd gemaakt. Een andere reden voor de toevoeging
van hars die genoemd wordt, is dat mensen aan de harssmaak
gewend zouden zijn geraakt, en deze anders zouden missen. Vanaf
1980 werden moderne vinificatiemethoden in Griekenland
geïntroduceerd en appellations contrôlées ingevoerd.
De oude Grieken dronken hun wijn verdund met water, en
gebruikten daarvoor een drinkschaal.
De meeste wijngebieden in het huidige Frankrijk (de Elzas is de
uitzondering) dateren uit de Romeinse tijd. De wijnbouw kende
onder de Romeinen een periode van grote bloei, echter in de
vijfde eeuw na Christus stortte het Romeinse Rijk ineen en de
meeste wijngaarden werden vernietigd door Germanen en Moren. In
het begin van de Middeleeuwen raakte de wijncultuur in verval.
Hij kwam weer tot bloei met de komst van het christendom: elk
klooster had een eigen wijngaard om miswijn te maken. In de
streek van Doornik tot Luik werd in de 10e eeuw wijn gemaakt.
Tot in de 17e eeuw werd hoofdzakelijk jonge wijn gedronken. Door
het gebruik van kurk werd het daarna mogelijk wijn langer in
flessen te bewaren.
In de periode vanaf 1864 werden duizenden hectaren wijngaarden
in Frankrijk vernield door de druifluis (Phylloxera vastatrix).
Het onderzoek van Pasteur naar de oorzaken van ziekten van wijn
en de methode om wijn te bewaren legde de grondslag voor de
oenologie. De Franse wijnbouw werd gered door Europese
druivensoorten te enten op Amerikaanse stammen die resistent
waren voor de vraatzucht van de druifluis. De Amerikaanse
variant bleek namelijk in staat om opnieuw wortelpunten aan te
groeien.
Wijn tegenwoordig
Frankrijk kent al lang een systeem waarbij een wettelijk
beschermde naam wordt toegestaan als wordt voldaan aan
verschillende voorwaarden als wijngebied, wijnstokken die
gebruikt worden en eventueel in welke verhouding, maximale
opbrengst per hectare en alcoholpercentage. De beste kwaliteit
is Appellation d'Origine Contrôlée (A.O.C.) en Vins Délimités de
Qualité Supérieure (VDQS) zijn beter dan Vins de Pays. Sinds
1963 heeft Italië een soortgelijk systeem, sinds 1970 ook
Spanje.
Hoewel de uitzondering de regel bevestigt, kan over het algemeen
gezegd worden: hoe kleiner de appellation hoe beter de wijn.
Wijn met de AOC Bordeaux kan bijvoorbeeld uit de volledige
Bordeaux komen. De Bordeaux wordt onderverdeeld in grote regio's
zoals Médoc en Haut-Médoc, etc. Binnen de Haut-Médoc hebben de
beste wijnen een zogenaamde gemeente-appellation zoals Pauillac,
Margaux en Saint-Estèphe. Vervolgens is er nog een eregalerij
van geklasseerde wijnen, de zogenaamde grands crus. In de
Bordeaux is de officiële classificatie in 1855 vastgesteld en
werden de beste wijnen, dit gebaseerd op de verkoopprijzen van
de voorafgaande jaren, van dat moment in 5 categorieën
geplaatst. De wijnen van de hoogste categorie zijn Premier cru.
Voorbeelden hiervan: Château Latour, Château Lafite-Rothschild
en Château Margaux. In de Bourgogne is de waardering juist
omgekeerd: daar zijn de wijngaarden geklasseerd (en dus niet de
wijnmakers of châteaux!). De hoogste classificatie is daar grand
cru, terwijl de premier cru een classificatie minder betreft.
Vanwege de starheid van het AOC-systeem, de wettelijke bepaling
van de druivensoort, de maximale oogstbeperking, etc. gingen
veel wijnmakers hun wijn declasseren. Dit proces begon in
Italië, toen bepaalde wijnmakers zich vooral beperkt voelden
door de voorgeschreven druivensoorten. Zij brachten topwijn op
de markt met het meest bescheiden kwaliteitskeurmerk (vino da
tavola), maar tegen topprijzen. Boegbeeld hiervan was Sassicaia.
Inmiddels hebben sommige van deze wijnen een eigen appellation
verkregen.
Tegenwoordig wordt wijn in Frankrijk bijna uitsluitend nog het
sap van verse druiven gebruikt. Uitzondering is de vin de paille
uit de Jura. Na het oogsten worden de druiven een tijd
uitgespreid op een laag stro (paille) en door het drogen neemt
de concentratie suiker in het sap toe. De recioto della
Valpolicella (uit Veneto, Noord-Italië) en de Vin Santo uit
Toscane worden op vergelijkbare manier gemaakt.
De grootste producenten van wijn in 2003 waren Frankrijk,
Spanje, Italië, de Verenigde Staten en Argentinië. Enkele
streken en meer links kunnen worden teruggevonden op deze
pagina.
|