|
Asperges zijn meestal heren,
meerderjarig en gaarne samen.
Zeker, er zijn ook dames bij,
die dragen bessen in de late zomer
en anderen groeien wild en vrij
in Venetië, de eerste dagen van mei
Soms waan ik mij zo'n heer,
(weerbarstig en met een onzeker geweten.
Men kan niet alles van mij eten,
mijn vel moet men eerst terdege pellen,)
een heer, neef van de hoppescheut
en van de schorseneer,
in de bittere aarde geteeld
en éénmaal in het licht, gegrepen
en graag geknepen.
En ook als ik reïncarneer,
dan niet Oosters in een kever
of in een jonge loopse hond
maar als in de tijd van mijn leven
door een prinses vastgebonden,
oprecht rechtop klaargestoomd
en dan glijdend in haar mond.
Een winteravond lang
geurt haar stil water
naar mijn diepe grond.
Hugo Claus.
Dit gedicht is speciaal gemaakt voor de catalogus
"Asparagus Asparagus",
verschenen bij gelegenheid van de gelijknamige
tentoonstelling in het
Museum van Bommel van Dam te Venlo van 11 mei tot en met
26 juni 1988. |
GEBED BIJ HET ETEN VAN MOSSELEN
O mossel,
gij die geen vlees zijt,
en eigenlijk geen vis,
gij die alleen bestaat
uit weekheid en pis,
gij die in uw schulp kruipt
en nooit eerste hulp krijgt
terwijl het frietvet druipt:
in uw geest willen wij leven.
Als gij te vreten zijt,
dan zijn wij tevreden.
Al hebben we dan een lookprobleem.
Ons gehemelte is uw zevende hemel,
uw hel en uw eeuwig jachtveld.
Uw dagen zijn geteld.
De onze ook.
Gelukkig zijn er nog de nachten.
Die kunnen ook tellen.
O mossel,
ons koninkrijk voor uw zoute gedachten!
Amen (samen).
auteur:
www.jorisdenoo.be
|