|
Biologisch vlees
De huidige productie van vlees beschadigt het milieu en tast het
welzijn van de dieren aan. Daar kunt u wat aan doen door minder
vlees te kopen en te kiezen voor de meest duurzame variant:
biologisch vlees. Maar dat moet dan wel verkrijgbaar zijn.
Milieudefensie moedigt supermarkten aan om meer biologisch vlees
aan te bieden en hier ook reclame voor te maken. Helpt u mee?
Vlees: liever minder, liever biologisch vlees.
Gemiddeld eet een Nederlander 45 kg vlees per jaar, waarvan de
helft bestaat uit varkensvlees. Nederland is de op twee na
grootste varkensexporteur van de wereld. Ruim driekwart van de
hier geproduceerde varkens wordt geëxporteerd levend of als
vlees. Er waren in april 2000 in Nederland zo'n vier miljoen
runderen, anderhalf miljoen vleeskalveren, 13 miljoen varkens,
32 miljoen leghennen en 51 miljoen vleeskuikens.
Vlees of biologisch vlees?
De productie van al dat vlees leidt tot grote milieuproblemen.
Er is teveel mest. Door uitspoeling naar het grondwater, bevat
drinkwater in het oosten van het land regelmatig teveel nitraat.
Het moet dan extra gezuiverd worden of gemengd met schoner
water. Ook ontstaat door de vermesting een groene soep in meren
en rivieren. De ammoniak uit de mest zorgt voor verzuring van
natuurgebieden. Specifieke plantensoorten vlinders en
paddenstoelen verdwijnen daardoor.
Het veevoer komt voor bijna de helft van overzee, vooral uit
Thailand en Brazilië Het transport kost veel energie en
verergert het broeikaseffect, terwijl de veevoergewassen
vruchtbare grond in beslag nemen die anders voor voedselgewassen
gebruikt zou kunnen worden. Bij de teelt van voedergewassen
worden veel bestrijdingsmiddelen gebruikt. Het gangbare veevoer
bevat ook grote hoeveelheden genetisch gemanipuleerde gewassen.
Veevoer en afvalstoffen worden over de hele wereld versleept en
verhandeld, waardoor ondoorzichtig wordt wat er uiteindelijk in
het veevoer zit. Dat bleek tijdens de recente MPA-crisis, toen
tienduizenden varkens werden afgemaakt omdat er hormonen in hun
voer hadden gezeten. De grootschalige, geconcentreerde
vleesproductie is sowieso kwetsbaar voor dierziekten, zoals MKZ.
Uit handelsoverwegingen wordt snel gekozen voor ruimingen als
oplossing voor crises. De ook voor mensen gevaarlijke
runderziekte BSE kon ontstaan doordat koeien jarenlang voer
kregen waarin resten rundvlees zaten.
Ook moedwillig worden allerlei stoffen toegevoegd aan veevoer,
zoals antimicrobiële groeibevorderaars. Die kunnen ertoe leiden
dat schadelijke bacteriën sneller resistent worden tegen
antibiotica, waardoor ernstig zieke mensen niet meer geholpen
kunnen worden met medicijnen. Deze groeibevorderaars worden op
grote schaal toegepast en zijn nog tot 2006 toegestaan in de EU.
Ook met het dierenwelzijn is het slecht gesteld in de
bio-industrie. Iedereen die eens een kijkje heeft genomen in een
varkensstal, zal het hier mee eens zijn. De dieren hebben te
weinig ruimte, krijgen niet de kans om hun soorteigen gedrag te
vertonen - zoals wroeten - en worden zonder verdoving
gecastreerd. Vleeskuikens groeien, door voer en raskeuze, zo
hard dat hun hart het niet bij kan benen. Jaarlijks groeien zo'n
15 miljoen kuikens zich letterlijk dood. Een kip in de
legbatterij brengt zijn hele leven door op een ruimte zo groot
als een A4tje. Kistkalveren worden in boxen gehouden van 180 bij
80 cm, waarin ze nauwelijks kunnen bewegen.
Biologisch vlees
De biologische veehouderij doet het op al deze aspecten
aanmerkelijk beter. Biologische mest is een waardevol product
dat hergebruikt wordt op hetzelfde bedrijf of bij biologische
akkerbouwers in de buurt. Veevoer wordt zonder
bestrijdingsmiddelen geteeld (vaak op hetzelfde bedrijf) en
genetisch gemanipuleerde gewassen zijn verboden.
Groeibevorderaars mogen niet worden toegepast in de biologische
veehouderij.
Het leven van een kip of varken ziet er heel anders uit in de
biologische veehouderij. De dieren hebben veel meer ruimte in de
stal en kunnen naar buiten om te scharrelen of te wroeten.
Biologische dieren hebben meer ruimte dan scharrelkippen of
-varkens. De strenge regels in de biologische veehouderij worden
gecontroleerd door de onafhankelijke Stichting Skal. U kunt erop
vertrouwen dat producten met het EKO-keurmerk echt biologisch
zijn. Het aandeel biologisch vlees is nu nog klein: ruim één
procent voor varkensvlees, ruim twee procent voor rundvlees en
nog geen procent voor kip. Milieudefensie wil graag dat dit
aandeel stijgt via vier procent in 2004 tot minstens tien
procent in 2010.
Waar vind ik EKO-vlees?
Genoeg redenen dus om minder vlees te kopen en vaker te kiezen
voor biologisch vlees. U kunt dit vinden in
natuurvoedingswinkels, biologische slagerijen en in sommige
supermarkten. Het aanbod in supermarkten is echter nog te
beperkt om grote groepen consumenten in staat te stellen over te
stappen op EKO-vlees. Daarom spoort Milieudefensie supermarkten
aan om het aanbod aan biologisch vlees te vergroten en om hier
ook gericht reclame voor te maken. Dat laatste is nodig, omdat
biologisch vlees duurder is. Consumenten zijn alleen bereid meer
te betalen, als ze weten waarvoor. Supermarkten kunnen bovendien
ketenovereenkomsten afsluiten met biologische veehouders en
slachterijen. De bijbehorende afzetgaranties, stimuleren boeren
om te schakelen op de biologische werkwijze.
Bron: milieudefensie
Biologische producten
Biologische producten moeten zo natuurlijk mogelijk zijn. Daarom
gelden voor de verwerking van biologische ingrediënten tot
biologische producten extra regels:
* Biologische producten met meerdere ingrediënten bevatten
hooguit vijf procent niet-biologische ingrediënten.
* Biologische producten bevatten zo min mogelijk additieven
(hulpstoffen).
Er is slechts een beperkt aantal additieven van natuurlijke
oorsprong toegestaan. Het criterium is dat additieven
technologisch onmisbaar moeten zijn.
* In biologische producten zitten om die reden geen kleur-,
geur- en smaakstoffen.
* Bij de biologische productie mogen geen genetisch
gemodificeerde organismen worden gebruikt of producten die
daarvan zijn afgeleid, zoals enzymen.
* Bij de productie worden zo min mogelijk proceshulpstoffen
gebruikt. Proceshulpstoffen zitten niet in het product zelf maar
worden gebruikt bij de productie, bijvoorbeeld om de structuur
van een product te veranderen. Bij de biologische productie zijn
alleen hulpstoffen toegestaan die technologisch onmisbaar zijn.
Zo mag biologische suiker niet gebleekt worden en wordt
biologische margarine niet met een hulpstof gehard. Aan
biologische wijn mag wel (biologische) suiker toegevoegd worden
om het alcoholpercentage kunstmatig te verhogen. Bij wijn is
sulfiet toegestaan. Bij de productie van biologisch brood mag
gebruik gemaakt worden van (niet-genetisch gemodificeerde)
enzymen.
* Biologische producten worden niet doorstraald. Doorstraling is
een conserveringsmethode die de biologische landbouw afwijst
omdat deze methode niet natuurlijk geacht wordt.
Biologisch beleeft flinke opmars in supers
04-04-2007
Supermarkten hebben in 2006 fors meer biologische producten
verkocht. De speciaalzaken wisten echter nog iets harder te
groeien dan de kruideniersketens.
Dat blijkt uit de jaarlijkse Bio-Monitor die woensdag wordt
gepresenteerd tijdens het tiende Bio-Congres in de De Steeg.
Supermarkten verkochten in 2006 voor 199,6 miljoen euro aan
biologische producten. Ten opzichte van 2005 is dat een groei
van 9,2 procent. De totale verkopen van biologische
levensmiddelen groeide daardoor in 2006 met 9,4 procent naar
460,3 miljoen euro. Ter vergelijking, de totale
levensmiddelenverkopen stegen vorig jaar met 3 procent.
Speciaalzaak groeit harder
Natuurspeciaalzaken groeiden nog ietsje harder dan de
supermarkten en plusten met 9,6 procent tot 197,2 miljoen euro.
Mede door de assortimentuitbreidingen bij Aldi en Lidl wisten de
discounters de bio-afzet met 26,3 procent te verhogen.
Supermarkten hebben binnen biologisch nu een marktaandeel van
43,4 procent, nipt meer dan de bio-speciaalzaken, biologische
slagers en agf-winkels met 42,8 procent.
Dagvers in trek
Dagverse biologische zuivel (excl. kaas en boter) doet het goed
bij de consument met een omzet van 77 miljoen euro. Het
marktaandeel zuivel steeg van 3,4 naar 3,8 procent. Het
marktaandeel vlees steeg naar 2,3 procent bij een omzet van 57,6
miljoen euro. Bij brood steeg de omzet met 14 procent naar 29
miljoen euro. Hierdoor klom het marktaandeel agf naar 2,1
procent (2005: 1,8 procent). Alleen bij de verse AGF is het
marktaandeel gedaald. Dit komt vooral door gestegen prijzen van
de gangbare AGF.
Vergelijking Europa
Het totale marktaandeel voor biologische producten steeg in van
1,8 procent in 2005 naar 1,9 procent vorig jaar. Bij de
versproducten bedraagt het marktaandeel 2,8 procent tegen 2,7
procent in 2005. Voor zover het marktaandeel van Europese landen
bekend is, kan geconstateerd worden dat Nederland het met 1,9
procent goed doet. Anno 2005 scoorden Zwitserland (4,5 procent)
en Duitsland (3,0 procent) beter, maar Nederland bleef in dat
jaar landen als Italië (1,6 procent) het Verenigd Koninkrijk
(1,3 procent) en Frankrijk (1,1 procent) voor.
Bron:
www.biologisch-producten.nl
|